Welkom!

Het Lerarenparlement:
Meer zeggenschap op inhoud, didactiek en pedagogiek

Eind 2017 werd het Lerarenparlement opgericht, in navolging van de Wet Beroep Leraar. Deze wet geeft leraren meer zeggenschap op inhoud, didactiek en pedagogiek. Maar hoe ga je hier in de praktijk mee om? Een prikkelende vraag, die het Lerarenparlement graag wil beantwoorden. De 20 door hun collega-leraren gekozen leden zetten zich de komende tijd in om de beroepsgroep te versterken en de leraar (weer) op de regisseursstoel te zetten. ‘We gaan dit oppakken en doorzetten!’

Om te bereiken dat de leraar de regie inderdaad krijgt, is het van groot belang dat leraren samen een goed georganiseerde, professionele en gezaghebbende groep vormen. Hiervoor is het Lerarenparlement in het leven geroepen. De afvaardiging van 20 leraren maakt zich al weer een tijdje sterk voor belangen van alle leraren in Nederland, onder andere bij minister Ingrid van Engelshoven, die het middelbaar beroepsonderwijs in haar portefeuille heeft en bij minister Slob van Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media. Met resultaat. Zo kondigde minister Slob onlangs in zijn kamerbrief van 11 juni jl aan dat Alexander Rinnooy Kan, wiskundige en senator, aan de slag zal gaan om de beroepsgroep te helpen bij het vinden van een goede beroepsgroep-representatie. Het Lerarenparlement kan hierin een grote rol spelen.

‘Beleid professionalisering mist essentieel draagvlak’
Gézina Trouw, voorzitter van bestuur van het Lerarenparlement, vindt het hoog tijd dat er iets verandert in het huidige beleid. ‘Onze beroepsgroep is niet meegenomen in de huidige beleidsvorming’, vertelt ze. ‘Daardoor mist het beleid rond professionalisering essentieel draagvlak bij leraren, terwijl veel leraren als individu wel hun bekwaamheid onderhouden of hiertoe bereid zijn.’ Bovendien is volgens Trouw de afstand tussen bestuurder en de werkvloer steeds groter geworden. ‘De bestuurder gaat over het geld, de leraar over het onderwijs. Hierdoor is onder leraren een gevoel van bestuurlijke en politieke willekeur ontstaan.’ Een ander belangrijke stap is volgens Trouw dat het beroep leraar beschermd wordt – niet iedereen kan en mag zich uitgeven als docent – en er een duidelijke beroepsprofiel beschreven wordt. Voor deze basis mag geen verschil zijn tussen bekostigd of niet bekostigd onderwijs.

Hoe de politiek kan helpen de leraar als professional te ondersteunen? Dat kan volgens Trouw op verschillende manieren. ‘Wat professionalisering van de leraar betreft, ligt de basis naar onze mening bij het aanpakken van de professionaliseringscultuur op scholen. Hier dient de nadruk te liggen als het gaat om het stimuleren van professionalisering. De volgende stap is het vergroten van de zeggenschap van de leraar in zijn beroepsuitoefening en zijn professionalisering.’ 

Zelfbewuste professionals
Daarnaast is het volgens Trouw belangrijk dat de leraar weer de zelfbewuste professional wordt die hij ooit was. ‘Het imago van het beroep – en daarmee samenhangend de beloning – en erkenning van de essentiële bijdrage van een goede leraar aan onze samenleving, zijn twee zaken waar we ons op zouden moeten richten. Het is noodzakelijk dat er vanuit de politiek en onderwijsinspectie een consistent beeld wordt uitgedragen van de leraar als erkende professional. De eerste aanzet daartoe heeft minister Slob gezet. Dat momentum gaan we oppakken en doorzetten’, zo vertelt ze.

Op de hoogte blijven
Wilt u op de hoogte blijven van het nieuws over het Lerarenparlement? Schrijf u dan nu in voor onze mailings. Of ga verder op onze homepage.

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

 
* Alleen deze informatie is verplicht

hetlerarenparlement_diap_logo.png
©2018 Leraren Parlement